Niet aftreden maar optreden

In meer dan welk rechtsgebied ook, is het bestuursrecht erop gericht om de burger bescherming te bieden tegen de machtige overheid. Net als werknemer tegenover werkgever en consument tegenover bedrijfsleven moet de burger beschermd worden tegenover de overheid. Die overheid is immers gebonden aan dezelfde wet- en regelgeving als burgers.

Als burger moet je kunnen vertrouwen op een overheid die er is vóór de burger. Maar dat ging al mis toen het bestrijden van fraude voor sommige partijen belangrijker was dan het ontwikkelen van sociaal én rechtvaardig beleid. Maar wie zegt dat hij wil dat mensen krijgen waar ze recht op hebben en wat ze nodig hebben, is niet per definitie tegen het bestrijden van fraude. Het is simpelweg waar men het liefst allereerst vanuit gaat. Of zoals ik op Twitter tegen kwam: rechts vindt het erg wanneer iemand iets krijgt waar hij geen recht op heeft, links wanneer iemand niet krijgt waar hij wél recht op heeft:

Laat ik alvast beginnen met het volgende: ja, ook mijn partij heeft hieraan meegewerkt, of positiever gesteld: niets kunnen doen om dit te signaleren en voorkomen.

Maar hoe heeft het zover kunnen komen?
In 2013 kwam er een ministeriële commissie aanpak fraude met naast Asscher de drie VVD’ers: Rutte, Wiebes en Weekers. Deze commissie moest bekijken hoe frauderen met overheidsgeld kon worden voorkomen en teruggedraaid. En die fraude was er natuurlijk wel degelijk. Denk maar eens aan de Bulgarenfraude die in 2013 bekend werd en dus voornamelijk onder Rutte I plaatsvond.

Die fraude moest dus worden voorkomen. Logisch en niet meer dan terecht. De grote vraag is echter: hoe zorg je ervoor dat mensen wel krijgen waar ze recht op hebben, maar voorkom je tegelijkertijd dat zij die de boel belazeren, het ook krijgen?

In ieder geval niet door vanuit het ministerie van Financiën een extra taak aan de commissie aanpak fraude mee te geven: de commissie moest het geld dat de aanpak kostte, ook terugverdienen. Het is als de bonnenquota bij politie: beleid moet in zulke gevallen niet gericht zijn op een verdienmodel an sich, een financieel goede prestatie moet een gevolg zijn van goed beleid. Deze commissie moest fraude bestrijden, geld terughalen waar dat onterecht was uitgekeerd. Het lijkt me vrij logisch dat je daarmee onterechte uitgaven voorkomt en dus financieel gewin hebt zonder dat vooraf van een keihard target te voorzien.

Maar door er een minimum aan te koppelen, verleg je gelijk de focus. De vraag is dan niet meer: hoe voorkomen we fraude? Maar al snel: hoe kunnen we onze taak zo inrichten, dat we minimaal 25 miljoen euro bij elkaar harken binnen deze commissie? Een volstrekt ander uitgangspunt. Het was voor Financiën belangrijker om per saldo geen geld kwijt te zijn aan een commissie dan om een commissie in staat te stellen haar taak goed te doen, een rechtstreeks gevolg van twee zaken. 1: de crisis, waarmee het huishoudboekje van de overheid extreem gevoelig was. En 2: de invloed van de VVD op het Rijksbeleid sinds Rutte I.

Dan de kern van de zaak. Op dit moment spelen twee kwesties, namelijk:

  1. Wiens kop moet rollen (en moet er wel een kop rollen)?
  2. Hoe wordt dit opgelost?

Ik vind het tweede persoonlijk veel en veel belangrijker dan het eerste. De opeenstapeling van fouten en blunders loopt van het parlement dat een wet goedkeurt die deze fraudeaanpak mogelijk maakte tot aan de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) die – hoewel onafhankelijk – er ook van langs kreeg in het rapport. En vervolgens loopt diezelfde lijn door naar een flink aantal bewindspersonen van VVD, PvdA, CDA en D66.

Feit is in ieder geval dat het huidige kabinet wéét wat er speelt, wéét dat slachtoffers financieel en mentaal enorm gedupeerd zijn, en is niet bij machte om compensatie op fatsoenlijke, snelle en rechtvaardige wijze vorm te geven. En erger dan fouten maken, is fouten niet oplossen.

Dus om van de tweede bij de eerste vraag uit te komen: ja, het huidige kabinet zou kunnen vallen, om vervolgens doodleuk demissionair (wat over enkele maanden toch al het geval is) door te gaan totdat er na de verkiezingen Rutte IV aantreedt. Want Rutte en Hoekstra kunnen als hoofdrolspelers best besluiten het kabinet te laten vallen, maar stoppen ze dan ook als lijsttrekker?

En moet Asscher dan vertrekken als lijsttrekker? Hij is als enige geen bewindspersoon meer en was dat wel ten tijde van die al genoemde commissie. Maar als enige kan hij geen daadwerkelijke bijdrage leveren aan de compensatie, simpelweg omdat hij niet aan het roer staat. En toch is hij wél de enige die openlijk excuses aanbiedt en in gesprek gaat met gedupeerden.

We kunnen nog dagen en weken debatteren over wie moet opstappen en vertrekken, maar daarmee komt er echt geen oplossing voor alle gedupeerden. Het huidige kabinet gaat gewoon door met regeren, of het nu valt of niet. Dus laat de kiezer in maart afrekenen met wie hij of zij denkt dat verantwoordelijk moet worden gehouden en laat de kiezer spreken over wie toeslagengedrochten naar de toekomst toe moet voorkomen. Bijvoorbeeld door die hele kinderopvangtoeslag af te schaffen en kinderopvang te verplichten én financieren voor alle twee- en driejarigen. Doe je meteen iets aan het voorkomen van voorschoolse taalachterstanden, waarmee nog veel meer mensen zijn geholpen en dit hele afschuwelijke debacle pas echt socialer beleid voortbrengt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.